Galerij

Portret – “Doorgaan tot ik niet meer kan lopen”

Van links naar rechts: Dirk-Jan, Gerard en Cees.
Dirk-Jan Stam werkt twee dagen per week bij Gerard en Cees, de rest van de tijd is hij huisvader.

Voor de showroom, op een bedrijventerreintje achter een boerderij in Portengen, staan twee witte bestelbusjes met daarop in koeienletters ‘De Biljartmakers’ geschreven. Een bedrijf van de broers Gerard (59) en Cees Bocxe (58). De broers zijn bekend bij biljartminnend Nederland als eigenaren van een bedrijf dat uniek is in zijn soort. De broers repareren niet alleen biljarts op locatie, maar bouwen ook biljarts op aanvraag en schudden buitengewone projecten uit de spreekwoordelijke mouw. De man van de techniek is Cees, uit de werkplaats klinken dan ook duidelijk nijverige, luide zaag- en schuurgeluiden. Zijn broer is de man van de showroom -die aan de werkplaats vastzit-, klantenbinding en de reparaties op locatie. Samen bezitten zij over meer dan tachtig jaar ervaring in de biljartwereld en kunnen zij uit een oneindige bron van kennis putten. Het werd ze met de paplepel ingegoten.

Vroeger, in 1959, was de showroom een stuk minder modern dan nu en bevond deze zich aan de Herenweg in Wilnis, een dorp dichtbij Portengen. Tussen de biljarttafels weerklonk op zondag het gemoedelijke gebries van paarden en het getrappel van hoeven op de ongevoelige betonnen vloer. Het was een klein biljartbedrijf van Gerrit Bocxe, de vader van Cees en Gerard, gevestigd in de paardenstal naast zijn café genaamd Driehuis. De vader van Gerrit bezat eveneens een horecabedrijf, in Langeraar. In dit horecabedrijf stond een caramboletafel zodat de cafébezoekers naar hartenlust biljart konden spelen.

Eens in de zoveel tijd moet het speellaken van een biljarttafel gekeerd worden, zo ook het laken van opa Bocxe. “Het was ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Onze opa had absoluut geen geld om een biljartmaker te laten komen die het laken zou keren. Toen onze opa eens een dag weg was besloot onze vader Gerrit, die tevens op een hoog niveau competitief biljart speelde, eigenhandig het laken te keren.” Opa Bocxe kwam thuis en merkte het gekeerde laken meteen op. “’Potverdomme, wie heeft dat laken gekeerd?! Je mot met je poten van dat biljart afblijven’, schreeuwde hij. Opa gaf hem een tik en verbood hem het ook nog maar één keer in zijn hoofd te halen zoiets te doen”, vertelt Cees vurig. Andere cafébazen kwamen langs in het café en vroegen wie het laken zo keurig gekeerd had. “’Dat was mijn zoon’, vertelde opa dan”. Langzamerhand vingen steeds meer mensen het nieuwtje op. Gerrit werd gevraagd om in steeds meer cafés lakens te keren. Zo is het biljartballetje gaan rollen. “Onze vader was postbode. Na het rondbrengen van de post verdiende hij zwart bij door bij anderen het biljartlaken te keren”, vertelt Gerard.”

Het bedrijfje
Het was het begin van een enerverende geschiedenis die geleid heeft tot het bedrijf wat de twee broers vandaag de dag bezitten. “Ons bedrijf bestaat uit drie onderdelen: het verlenen van service op locatie (lakens keren, de pomerans –het stootkussen van de keu vervangen- en kleine mankementen verhelpen), het verkopen van alle biljartgerelateerde artikelen in de showroom en het bouwen van pooltafels voor klanten die ons de opdracht geven.” Het bedrijf deelt het klantenbestand op in drie sectoren: particulieren, cafés (horeca) en snooker- pool- en carambolecentra (dienstencentra). Gerard geniet van het keren van lakens en het contact dat hij heeft met zijn klanten. “Als ik ergens een laken ga keren of iets aan een tafel moet repareren zoek ik gelijk andere klanten op in de regio. Soms bezoek ik er wel zes op een dag. We hebben een klantenbestand van 1000 vaste klanten. We sturen ze elk jaar een kerstkaart! Ik vind het geweldig om bij onze klanten over de vloer te komen, hun verhalen te horen en lekker met ze te ouwehoeren. De meeste klanten willen ook alleen dat Cees of ik het laken keer.”

Cees is het technische brein van de zaak, terwijl Gerard zich minder interesseert in de techniek achter een biljart. “Ik hou niet zo van drukte en hectiek. In de werkplaats kan ik mij volledig afsluiten en ben ik heerlijk aan het werk. Ik werk soms van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en word ook weleens wakker met een goed idee. Dan snel ik m’n bed uit om het op te schrijven. Daarna kan ik pas rustig verder slapen.” Niet alleen op het bedrijf is Cees de man van de techniek, thuis ook. Hij woont op een woonark die hij volledig zelf heeft gebouwd. Toen hij het kocht was het hout verrot. Alleen de betonnen drijfbak is origineel. “Stukje bij beetje bouwde ik mijn ark. Ik heb nooit geld geleend. Ondanks dat het even duurde heb ik tijdens de bouw van mijn ark er altijd in gewoond. Van het dak tot de isolatie en de verwarmingsleidingen; alles heb ik zelf gedaan. Er is gèèn aannemer bij komen kijken! Ook de binnenkant van de ark heb ik gemaakt. Over de keuken heb ik vier jaar gedaan. Deze is van hout en bestaat alleen uit ronde vormen. Er zit zelfs een ronde draaideur in.”

Tegenpolen
Cees en Gerard zijn elkaars overduidelijke tegenpolen. Als de kleuren zwart en wit. Het is echter wel de grote kracht van het duo. “We vullen elkaar perfect aan. Je moet wel oppassen dat je niet inslaapt, je moet blijven communiceren en je moet weten wat er bij de ander leeft. We kennen elkaar door en door en we staan altijd voor elkaar klaar, wat er ook is. Het samenwerken gaat nooit vervelen”, vertellen de broers in één adem. Eén eigenschap delen ze echter wel: de onvoorwaardelijke liefde voor het werk in de biljartindustrie.

Deze liefde begon al jong. Toen hun vader steeds meer gevraagd werd om in cafés lakens te keren besloot hij in 1957 te verhuizen naar Wilnis, omdat hij in de gelegenheid was daar een café te kopen. Cees was drie en Gerard vier. Het biljartbedrijf wat hij daar opzette in 1959 behield hij tot 1963. Het bedrijf kende een solide start. “Doordat hij al lakens keerde in cafés en zelf op hoog niveau biljartte had hij een behoorlijk netwerk opgebouwd”. Ton Bocxe, de oudere broer van Gerard en Cees nam het bedrijf ‘Bocxe Biljarts’ in 1963 over en een paar jaar later waren Gerard en Cees al in de werkplaats te vinden. “Sinds m’n dertiende zat ik al in de werkplaats te klussen”, vertelt Cees. In 1969 trad Gerard officieel bij zijn broer in dienst en een jaar later deed Cees hetzelfde. 35 jaar werkten ze er. In de tussentijd was het bedrijf gegroeid tot een grote, niet te vergeten naam binnen de Nederlandse biljartwereld. Tijdens de gloriedagen werkte er acht man. Toen Ton na 35 jaar te maken kreeg met niet nader te noemen persoonlijke problemen nam zijn schoonzoon het bedrijf over. Na wat onenigheid besloot Cees uit het familiebedrijf te stappen. Hij begon in 2005 zijn eigen bedrijf en niet veel later besloot Gerard Cees achterna te gaan. ‘De Biljartmakers’ was geboren.

De ronde pooltafel met het diepblauwe laken.

Recente projecten
Ondanks dat De Biljartmakers een betrekkelijk jong bedrijf is behoort het nu al tot de top van de biljartmakers in Nederland. Het is het enige bedrijf in Nederland dat biljarts op aanvraag maakt en zelf unieke biljarttafelconcepten verzint en fabriceert. Dit doen ze omdat ze na het 35 jaar bouwen van rechthoekige biljarttafels toe waren aan iets nieuws. Onlangs is de ronde pooltafel gebouwd. Deze tafel beschikt over twee pockets in plaats van zes. Het is de bedoeling dat je je eigen ballen zo snel mogelijk wegspeelt. De ronde pooltafel is een wereldse uitvinding: het is de enige met twee pockets op de hele wereld. “Deze tafel is amusant. We weten zeker dat het een enorme hit gaat worden en dat het de wereld zal veroveren. Het spel is soms onverwachts door de ronde banden en het is vlot te spelen. Perfect voor jongeren. Tegenwoordig is het biljart een beetje een oudelullensport, met de tafel willen we jongeren aan het poolen krijgen.”

De ronde pooltafel is niet het enige recente, exceptionele project. De broers zijn op het moment bezig met een achthoekige pooltafel. Ook dat is een onbestaande vorm tot nu toe in de biljartwereld.

Een paar jaar terug bouwden de broers een tafel die uiteindelijk meer dan 35.000 euro kostte. Het was een opdracht van een rijke biljartfanaat. “In de banden zaten camera’s, in de hoeken zat led-verlichting, de poten zijn gemaakt van massief roestvrijstaal en op de bovenkant van de poten was ruimte voor enorme robijnen. Al met al kostte het 160 uur om deze tafel te bouwen.”

160 uur werken aan een tafel beschouwen de broers niet als een vervelend karwei. Cees vindt het maken van biljarts het prachtigste beroep dat er is. “Mijn baan is een uitdaging en als ik een tafel heb gefabriceerd voel ik mij voldaan. Ik ben wel gelijk ongeduldig. Hongerig. Op zoek naar een nieuw project. Weer iets maken wat mensen waarderen.” Gerard is ook zeer te spreken over zijn ambacht. “Als ik mijn beroep in één woord zou moeten omschrijven kan ik alleen prachtig zeggen. Het is toch het mooiste wat er is?! Ik zou echt, oprecht, niets anders willen doen dan dit.”

Kasteelbiljart
Naast alle ongewone pooltafels die de broers fabriceren, staat er in de showroom een meer dan 250 jaar oud gevaarte. Een caramboletafel die de Franse Revolutie meemaakte, de Eerste Wereldoorlog overleefde en ook de Tweede Wereldoorlog zonder ‘kleerscheuren’ (lakenscheuren) door kwam. Antiek in zijn puurste vorm. Aan elk hoekje en plekje van de tafel is aandacht besteed en de poten hebben een fraaie vorm.

Vroeger, heel lang geleden, stond de tafel in Kasteel de Haar. Een immens, robuust kasteel vlakbij Portengen. “Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden waardevolle bezitten ondergebracht bij boeren om te voorkomen dat de Duitsers het kasteel zouden leegpikken.” Tot 1980 heeft de tafel op de zolder van een café in Teckop gestaan tot Cees de tafel kocht voor het ‘schamele’ bedrag van 1000 gulden. “Een paar jaar geleden is de tafel getaxeerd op 30.000 euro.” Wat heet een investering. “In Amerika is de tafel zelfs nog meer waard, denk aan 60.000 dollar. Dit komt omdat ze daar over minder antieke biljarttafels beschikken”, aldus Cees.

Zonder een goed bod zal de tafel absoluut niet verdwijnen uit de showroom. Daarvoor zijn de broers er teveel aan gehecht. De Biljartmakers zullen ook niet zonder slag of stoot uit de biljartindustrie verdwijnen. “Ik wil doorgaan tot ik niet meer kan lopen”, zegt Cees verheugd. Gerard wil ook nog wel even doorgaan. “Ik ken geen grens en wil doorgaan tot het niet meer kan!”

“Samen zijn wij het perfecte team met de mooiste baan die er is.” – Gerard en Cees Bocxe, biljartmakers, vreemde eenden in de (biljart)bijt, uitvinders.

Advertenties

2 gedachten over “Portret – “Doorgaan tot ik niet meer kan lopen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s